Osse familiebedrijven: Dalco Food

Oss heeft veel familiebedrijven. Bedrijven die soms al generaties lang in Oss ondernemen. Met enige regelmaat interviewen we deze ondernemers. In deze aflevering Marian Wagemakers van Dalco Food.

Marianne Wagemakers en Stefan van den Hanenberg

Marianne Wagemakers en Stefan van den Hanenberg

“Soms moet je dingen gewoon uitproberen”

Een tomatenburger in elke AH to go? Vegetarische producten voor de Jumbo? Een burger van enkel Brabantse bonen? Directeur Marian Wagemakers van Dalco Food deinst niet terug voor een voedselavontuur. “Niet alles lukt, maar dat is niet erg.”

Bestaat het eindproduct al, maar moet het beter? Of moet het zelfs nog helemaal bedacht worden? Marian Wagemakers laat zich nergens door afschrikken. “Ik nodig je uit om met mij de keuken in te gaan. Letterlijk. En dan gaan we maar gewoon eens kijken.”

Die keuken bevindt zich in de fabriek van Dalco Food, op het industrieterrein naast station Oss West. Dit jaar viert het bedrijf zijn 40-jarig bestaan. Wat eens een ‘gewoon’ vleesverwerkend bedrijf was, is uitgegroeid tot een ‘producent van kwalitatief hoogwaardige maaltijdcomponenten van vlees en vegetarische grondstoffen’.

Vlees en vegetarisch

Inmiddels is nog maar 45 procent van de productie vlees, de rest is vegetarisch. “We beginnen op maandag met vegetarisch, in het midden van de week wisselen we: dan gaat de volledige productie over naar vlees. En de volgende week beginnen we weer opnieuw.”

Samen zorgt het voor een productie van zo’n 10 miljoen kilo per jaar in de Osse fabriek.

Van mini naar supermarkt

Een van die keukenbezoekers was sterrenkok Moshik Roth van het Amsterdamse tweesterrenrestaurant &samhoud places. “Hij serveerde een tomatenburger in zijn restaurant. Zo’n miniburgertje, je kent het wel, zoals wel vaker in de gastronomische keuken. Maar hij wilde het toegankelijk maken voor het grote publiek.”

Zo kwam hij bij Dalco, voor hun kennis in productievolume. “We wisten van tevoren niet of het iets zou worden, maar we hadden een klik met elkaar. Ik hou van dat soort ondernemerschap.”

Het werd zeker iets. Het tomatenburgervak in de stationssupermarkten van de Albert Heijn was vaker leeg dan gevuld. De pers en de consument kwamen woorden tekort om de burger te roemen. Dalco werd nergens genoemd, maar daar maakt Marian zich niet druk over: “Anderen mogen in de krant staan. Mensen weten ons wel te vinden.”

Vleesverbazing

Het experiment in de keuken zat er van kinds af aan al in. “Die nieuwsgierigheid naar grondstoffen... Dan was ik op vakantie in Frankrijk en stonden er artisjokken op het menu. Ik was twaalf en kende het helemaal niet, maar wilde het toch graag eten.”

Bij de buitenlandse slager volgde dezelfde verbazing. “Wat voor vlees ligt daar nou? En dan proberen en experimenteren. Zo ben ik opgevoed.” Een fenomeen dat typisch voor Oss is, vindt Marian. “Het zit hier in de genen. Organon is ook ontstaan omdat iemand zei: ‘Wat kunnen we nog meer met dat varken?’”

Openheid

Sinds ze het roer 3,5 jaar geleden overnam, treedt het bedrijf meer naar buiten. “Eerst was hier niet eens een receptie. We zijn opener geworden, iedereen mag weten wat we hier doen.”

Ook probeert ze de deken van nuchterheid van het bedrijf af te schudden. “Ergens trots op zijn was not done. Daar wil ik vanaf. Het moet geen borstklopperij worden, maar Oss is echt heel groot in de maakindustrie. Dat we nu een nieuwe order van Lidl binnen hebben, dat mogen mensen weten.”

‘Ik kan iedereen bellen’

Het snelle schakelen tussen bedrijven en overheidsorganen is een groot goed van de stad. “Ik zit in allerlei overleggroepen en samenwerkingen. Dat zijn altijd open gesprekken, niet defensief. Ik kan iedereen bellen: of het nu een ondernemer is, het gemeentehuis, of zeg ’t maar...”

Om het te benadrukken: “Als een ondernemer bijvoorbeeld meer wil weten over het Osse ondernemersklimaat of overweegt om zich in Oss te vestigen, dan ontvang ik hem graag en deel ik mijn ervaringen. Schrijf op: marian@dalco.nl. Ze kunnen me gewoon bereiken en dan spreken we af.”

Al doende leert men

Openheid, gastvrijheid en ruimte voor het experiment: dat wil Marian onder het Dalco-dak creëren. Daarbij is ze geen wetenschapper of techneut, maar verbinder.

“Ik kan geen machine aanzetten, maar ik spreek wel de taal. Mijn kwaliteit is om goede mensen samen te brengen en dan te kijken wat eruit komt. Niet alles lukt, maar dat is niet erg. Als je maar blijft ondernemen.”