2.11.4 Pompen en leidingwerk

  • In de toevoerleiding een spindelschuif (RVS en/of kunststof, fabricaat TBS) aanbrengen;
  • DWA-gemaal voorzien van min. twee pompen (elkaars reserve; in toerbeurt in bedrijf);
  • HWA-gemaal voorzien van minimaal één pomp;
  • De motor geschikt voor continubedrijf en minimaal15 schakelingen per uur;
  • Vermogen van de pompen minimaal 2 kW asvermogen en geschikt voor natte opstelling;
  • Pompen worden vervangen voor concertor pompen, uitzondering in overleg met rioolbeheer;
  • Pompen met een gecertificeerde RVS‑316‑hijsketting en een RVS‑ophangbeugel. De hijsketting om de meter voorzien van een overnameoog;
  • Leidingwerk monteren met RVS‑316‑bouten, moeren en ringen;
  • Persleiding voorzien van een doorspuitpunt/(pig)lanceerinrichting (onder 45°); rechtstreeks vanaf het maaiveld bereikbaar en afgedekt met een putrand met standaard putdeksel;
  • Balkeerklep van het merk Montivalve of AVK monteren per pomp;
  • Schuifafsluiters van het merk AVK (flensafsluiter) met een spindel van RVS-316 op elke persleiding aanbrengen, die door middel van een verlengstuk en bedieningssleutel te bedienen zijn vanaf het dek;
  • Persleiding uitvoeren in PE100 klasse SDR17 PN10 en hulpstukken klasse PN16, tenzij anders aangegeven; verbindingen met electrolasmof, spiegellas of Plasson PP klemfitting;
  • Muurdoorvoer uitvoeren in RVS-316.