2.4 Hemelwater infiltratie
- Zoveel mogelijk gebruik maken van oppervlakkige afstroming en infiltratie;
- Als met gegronde argumenten kan worden aangetoond dat bovenstaande onmogelijk is, moet een ondergrondse berging worden aangelegd (bv waterbergende wegfundatie of infiltrerende verharding). Ook kan gekozen worden voor een gescheiden rioolsysteem te worden aangelegd met retentie elders en vertraagde afvoer. Indien dit alles niet mogelijk blijkt, kan de gemeente besluiten om een vergoeding te vragen om een gelijke hoeveelheid verhard oppervlak af te kunnen koppelen bij een ander project;
Waterberging
- Minimaal 25 mm bij een toename tot 500 m2. Bij een toename >500 m2 dan 60 mm en 25 mm over het bestaande; rekenen met een statische berging; advies en een berekening van de leverancier is noodzakelijk;
- Bij ondergrondse infiltratievoorzieningen moet rekening worden gehouden met een toegankelijke zandvang voor deze voorziening; minimale doorlatendheid (K-waarde) van de bodem: 1,0m/etmaal; let op ontluchting van de voorziening;
- Bij IT‑leidingen minimaal 250 mm PP met geotextiel; vanaf 400 mm doorlatend beton zonder doek toepassen;
- Deksels van kolken voorzien van een gietijzeren kop klasse Y, met het opschrift “INFILTRATIE” of toepassing van het waaiermotief. Daarnaast de kolken voorzien van kolkfilters;
- Putdeksels voorzien van de tekst “INFILTRATIE” en in de putrand het opschrift “IW”. (klasse D400);
- De infiltratievoorziening horizontaal en boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand aanleggen.
| Wat is van toepassing? | Bestaand verhard oppervlak m2 | Nieuwe of toename verhard oppervlak m2 | Totaal verhard oppervlak m2 | Totale berging |
| Nieuw | 0 | 250 | 250 | 25 mm van 250 m2 |
| Nieuw | 0 | 500 | 500 | 60 mm van 500 m2 |
| Uitbreiding | 250 | 300 | 550 | 25 mm van 300 m2 |
| Uitbreiding | 250 | 500 | 750 | 60 mm van 500 m2 |
| Vervanging en toename | 250 | 250 | 500 | 25 mm van 500 m2 |
| Vervanging en toename | 250 | 500 | 750 | 25 mm van 250 m2 en 60 mm van 500 m2 |
| Vervanging en toename | 500 | 500 | 1000 | 25 mm van 500 m2 en 60 mm van 500 m2 |
| Vervanging en toename | 500 | 250 | 750 | 25 mm van 750 m2 |
| Vervanging en afname | 500 | -250 | 250 | 25 mm van 250 m2 |
| Vervanging en afname | 1000 | -250 | 750 | 25 mm van 750 m2 |
Wadi:
- Bodem van de wadi moet 0,5 m boven de GHG te liggen;
- De k-waarde moet minimaal 1 m/dag zijn. De wadi moet worden afgewerkt met graszoden;
- De wadi moet een leeglooptijd hebben van ca. 24 uur. Dat betekent een waterspiegel op ongeveer 0,30 m. boven de wadibodem;
- Grotere wadi`s voorzien van minimaal 2 kolken; max. 400m2 wateroppervlak per kolk;
- Wadi/Infiltratievoorziening:
- Bij een wadi wordt alleen een percolatiekoffer toegepast wanneer de k‑waarde van de bodem kleiner is dan 1 m/dag. In verband met machinaal maaien moet de helling van de greppel 1:3 of flauwer zijn. De toplaag is circa 0,30 m dik en bestaat uit een mengsel van 3 delen ruw zand en 1 deel teelaarde. Het slokopniveau ligt 0,30 m boven de wadibodem. De insteek bevindt zich 2 m vanaf eventuele boomstammen;
- Conform de richtlijnen in de Kennisbank Stedelijk Water moet voor een grasmat een K‑waarde van 0,3 m/dag worden aangehouden;
- Een Bioswale is een wadi voorzien van een divers assortiment aan planten om onder andere de bodemstructuur te verbeteren: bijvoorbeeld Pinksterbloem, penningkruid, kattenstaart, beekpunge, kruipend zenegroen of laagblijvend riet;
- Geen Eikenbomen in/rondom de wadi (slechte vertering bladeren); Essen is een betere keuze.
Ondergrondse voorziening:
- Een particuliere infiltratievoorziening heeft een overloopvoorziening op maaiveldniveau (zichtbaar en op laagste punt in de bestaande verharding (bijvoorbeeld de afkoppelingstegel van Well-O-Edge van Struyk Verwo of overstortkolk)) en mag het overtollige water afvoeren naar het openbare gebied;
- Vóór de infiltratievoorziening een zandvang plaatsen;
- Bij ondergrondse infiltratievoorzieningen moet rekening worden gehouden met een toegankelijke zandvang voor deze voorziening; minimale doorlatendheid (K-waarde) van de bodem: 1,0m/etmaal; let op ontluchting van de voorziening.
Waterbergende wegfundatie
- De fundatie aanbrengen onder de gehele rijbaanbreedte;
- De fundatie moet 60 mm/h over het afwaterend oppervlak verwerken (infiltratiecomponent meegerekend);
- Zie eisen wegbeheer m.b.t. draagkracht en type hardsteen;
- De fundatie omhullen in een geotextiel;
- Minimaal 160 mm infiltratie buis omhuld met GEO textiel;
- Fundatielaag altijd voorzien van een nooduitlaat i.v.m. zware regenval;
- Ontluchtingsmogelijkheid: bij asfalt geldt voor elke 75 m3 lucht een ontluchting door middel van een WT-kolk of vergelijkbaar in het trottoir;
- Verharding door middel van WT-kolken of vergelijkbaar aansluiten op de fundatie;
- Aanbrengen mantelbuizen t.b.v. nutsvoorzieningen.
HWA-leiding
- Een IT-leiding mag lager liggen dan de GHG;
- Bij IT-leidingen minimaal 250 mm PP met GEO textiel, vanaf 400 mm doorlatende beton zonder doek toepassen;
- Deksels van kolken voorzien van een gietijzeren kop klasse Y, met het opschrift “infiltratie” of toepassing van het waaiermotief. Daarnaast de kolken voorzien van kolkfilters;
- Putdeksels voorzien van de tekst “INFILTRATIE” en in de putrand het opschrift “IW”. (klasse D400).