2.5 Peilbuizen

  • Peilbuis minimale diameter 32 mm; buismateriaal PE of PP;
  • De minimale diepte bedraagt 350 cm vanaf het maaiveld, minimaal 100 cm onder het grondwaterpeil van mei t/m september en minimaal 150 cm onder het grondwaterpeil van oktober t/m april;
  • Géén zandvang toepassen in filterbuis;
  • E.e.a. conform NEN-EN-ISO 14688-1+A1+C11:2016 (NEN 5104) en BRL2001;
  • Het filter afwerken met vierkant gietijzeren straatpot of beschermkoker (in het veld);
  • Geen filterkous gebruiken;
  • Rondom de buis filtergrind (ca. 3 cm) toepassen; kwartsfiltergrind (1,0–1,6 mm) conform DIN 19623;
  • Boorgat boven het filter afdichten met zwelklei;
  • Na plaatsing het filter schoonpompen;
  • Min. afstand tot sloot/greppel 25 m; min. afstand tot een boom 15 m;
  • KLIC melding uitvoeren;
  • Vergunning nodig t.b.v. boringsvrije zone of grondwaterbeschermingsgebied;
  • Aan de hand van de boorbeschrijving moeten de filterdiepte en de filterlengte worden bepaald conform NEN 5766;
  • De peilbuis inmeten met X, Y en Z en maaiveld Z coördinaten (GPS-meting);